Move Education

Move Education

Move Education

Move Education heeft een werkwijze ontwikkeld waarbij bewegen en leren niet naast elkaar worden gebruikt maar geïntegreerd worden. Hierdoor ontstaan er tal van positieve effecten op het leerproces van kinderen. Lichaamsbeweging verbetert de leerprestatie, het samenwerken, het (samen)spelen en het zelfvertrouwen.

De werkwijze is gebaseerd op de leerlijnen rekenen. In onze werkwijze wordt gebruik gemaakt van de laatste onderzoeken op het gebied van het brein, de kennis van lichaamsbeweging, ruimtelijk inzicht en het trainen van executieve functies.

Alle aspecten (motorisch, cognitief en sociaal) komen in harmonie tijdens onze spellen. Een voorbeeld hiervan is: de leerlingen worden in beweging gezet met een kruispas, terwijl ze dat doen krijgen ze oefeningen of spelvormen mee. Hiermee kunnen ze een getal maken. Met dat getal maken ze samen weer een rekensom. 

Bewegingsgetallen

Bewegingsgetallen maken het uniek!

De basis van onze methoden zijn de getallen 0 t/m 9. Elk bewegingsgetal is gekoppeld aan een beweging. De bewegingsgetallen 1 tot en met 6 zijn in overeenstemming met de dobbelsteen structuur. De punten waar het lichaam de grond raakt zijn synchroon met de dobbelsteen structuur. De bewegingsgetallen dienen als basis voor alle spellen die onze methode biedt. Daarom is het van belang dat de leerlingen deze bewegingsgetallen goed beheersen. De introductie methoden is de basis die gelegd moet worden om onze spellen functioneel te kunnen uitvoeren. Start daarom altijd met onze introductie module!

Hier een voorbeeld van een van onze bewegingsgetallen:

Introductiemodule

Automatisering van bewegingsgetallen

Het is belangrijk dat er begonnen wordt met de introductiemodule om de bewegingsgetallen te beheersen. Deze bewegingsgetallen zijn gedemonstreerd in een video met uitleg. Ook zijn hier spellen aan gekoppeld die zorgen voor automatisering van de bewegingsgetallen, ook deze zijn terug te vinden in video’s met uitleg.

Bewegingsposters

Onze bewegingsposters zijn te downloaden zodat je deze kan ophangen in de klas als geheugensteun.

Prentenboek

Prentenboek is bedoeld voor groepen 1 t/m 4 die verteld het verhaal van Sommie en zijn vriendje, Sportie. Zij komen van de rekenplaneet naar de aarde om hun rekenavonturen te beleven. Het prentenboek is digitaal te downloaden.

Tientallenmatjes

We halen het matje uit de toverdoos

Om verder aan de slag te gaan met de tientallen zijn onze tientallenmatjes nodig. Deze matjes zorgen ervoor dat de leerlingen met de 10-tallen kunnen gaan rekenen.

De matjes zijn bij ons verkrijgbaar maar zijn ook zelf makkelijk te maken (bijvoorbeeld op een velletje papier).

Start met leren rekenen

Samen leren – Samen bewegen – Samen rekenen

Als de leerlingen de bewegingsgetallen hebben geautomatiseerd dan kan er begonnen worden met bewegend leren rekenen. Door leuke, verschillende, dynamische spellen, die terug te vinden zijn in onze video’s, kan je meteen aan de slag! Alle video’s zijn verdeeld in de jaargroepen, per jaargroep is er een onderverdeling in rekendoelen.

De kruispas

De kruispas

In onze methode lopen de kinderen in een kruispas. Kruispas is bedoeld om de rechter- en de linkerhersenhelft met elkaar in contact te laten komen. Kinderen raken hierdoor ook motorisch beter ontwikkeld.

Aandachtspunten:

  • Rechter hand naar de linker knie;
  • Linker hand naar de rechter knie;
  • Houding is rechtop (let op! dus niet voorover gebogen);
  • Beweging wordt om en om gedaan.

De kruispas kan je differentiëren al naargelang de motorische ontwikkeling van de leerlingen die ook terug te vinden zijn in onze video’s.

Werkgeheugen/executieve functies

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies horen bij het denkvermogen. Zij vormen samen de hogere denkprocessen. Ze zijn als het waren de ‘dirigent van de hersenen. Zij helpen activiteiten aan te sturen en te plannen.

Wat doet onze methode om de executieve functies te verbeteren?

Oefeningen zoals de kruispas en de motorische training bevordert de opname van gegevens in het lange termijn geheugen. Onze trainingen zijn hierop gebaseerd. Het combineren van knelpunten in de rekenleerlijn met de stimulans van de linker- en rechterhersenhelft en de motorische ontwikkeling kunnen leiden tot betere resultaten. Zowel cognitief als sociaal als motorisch. 

Ongeveer 25% van de kinderen in het basisonderwijs heeft moeite met de overstap van niet symbolische naar symbolische rekenvaardigheden. Met name het getalbegrip van leerlingen in groep 2 tot en met 4 kunnen een voorspeller zijn voor toekomstige rekenproblemen. Om deze overstap voor te bereiden is de connectie met het motorisch geheugen heel belangrijk. Het motorisch geheugen is het sterkste geheugen van de hersenen. Je verleert ook nooit meer om te fietsen of om te lopen. 

In veel van onze spellen wordt een beroep gedaan op het werkgeheugen en proberen we deze te verbeteren.

Tijdens de spellen trainen we:

  • Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet.
  • Werkgeheugen.
  • Emotieregulatie.
  • Volgehouden aandacht.
  • Taakinitiatie.
  • Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.

Het is super belangrijk om jonge kinderen te helpen goede executieve functies te ontwikkelen. Executieve functies zijn trainbaar en kunnen op elke leeftijd verbeterd worden.

Skydiver

Getal 0

Uitleg

Nul contactpunten = Je buik maar telt als nul.

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je springt uit het vliegtuig en gaat zweven als een skydiver.
  2. Liggen op de buik met je armen en benen van de grond.
  3. Raak de grond niet aan met je armen en benen.

Aandachtspunten:

  • Holle rug.
  • Kijk naar voren toe.

Flamingo

Getal 1

Uitleg

Eén contactpunt = Voet

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat proberen te staan als een flamingo.
  2. Je gaat op een willekeurige been staan met de ander van de grond.
  3. Je probeert in balans te blijven.

Aandachtspunten:

  • Staan op 1 been
  • Rechte houding
  • Neus wijst naar voren toe

Superheld

Getal 2

Uitleg

Twee contactpunten = hand + knie

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat vliegen als superheld!
  2. Vuist naar voren toe wijzen (links of rechts).
  3. Het tegenover gestelde been gaat gestrekt naar achter van de grond.
  4. Mag ook met 1 knie aan de grond.

Aandachtspunten:

  • Wijs je hand recht naar voren toe.
  • Neus wijst naar voren (kijk naar voren).
  • Arm en been gestrekt houden als een potlood.

Zonnebadende beer

Getal 3

Uitleg

Drie contactpunten = hand + voet + bil

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat liggen als beer die in de zon ligt te zonnebaden.
  2. 1 been gaat over de knie van de andere been dat gebogen is.
  3. 1 voet aan de grond.
  4. 1 elleboog op de grond.
  5. Hand achter je hoofd.

Aandachtspunten:

  • Span je buik een beetje aan.
  • Neus naar voren toe.

Soldaat

Getal 4

Uitleg

Vier contactpunten = 2 handen + 2 voeten

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat steunen als een soldaat die een push-up moet maken.
  2. Hij heeft daarbij zijn handen en voeten aan de grond.
  3. Buik en billen aanspannen.

Aandachtspunten:

  • Zo recht als een plank proberen te blijven.
  • Neus wijst naar de grond.
  • Knijp je billen bij elkaar.
  • Trek je navel in.

Krab

Getal 5

Uitleg

Vijf contactpunten = 2 handen + 2 voeten + bil

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat zitten op je billen als een krab die over de grond kruipt.
  2. Handen en voeten en billen aan de grond.

Aandachtspunten:

  • Je steunt op handen en voeten.
  • Je billen raken de grond.

Tunnel

Getal 6

Uitleg

Zes contactpunten = 2 handen + 2 knieën + 2 voeten

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat staan als een tunnel op je handen en je knieën.
  2. Hoofd wijst naar beneden.
  3. Rechte rug.

Aandachtspunten:

  • Buik aanspannen door je navel in te trekken.
  • Neus wijst naar de grond.
  • Tenen in de grond.

Glijbaan

Getal 7

Uitleg

Zeven contactpunten = 2 voeten + 2 handen + 2 ellebogen + hoofd

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je gaat liggen als een glijbaan.
  2. Je ligt op je rug met je buik omhoog en je hoof aan de grond.
  3. Billen van de grond.
  4. Je steunt op je voeten, handen en ellebogen.

Didactische aanwijzingen:

  • Knijp de billen tegen elkaar.
  • Navel wijst omhoog.

Tijger

Getal 8

Uitleg

Acht contactpunten = 2 handen + 2 ellebogen + 2 knieën + 2 voeten

 

Beschrijving van de oefeningen:

  1. Je ligt op je buik als een tijger (tijgeren).
  2. Je steunt op je ellebogen en knieën.
  3. 1 been en 1 knie zijn iets ingetrokken.

Didactische aanwijzingen:

  • Buik aan de grond
  • Kijk naar voren.
  • Handen, ellebogen, knieën, en voeten aan de grond.

Toverdoos

Getal 9

Uitleg

Negen contactpunten = 2 handen + 2 ellebogen + 2 knieën + 2 voeten + hoofd

 

Beschrijving van de oefening:

  1. Je maakt een toverdoos (bokje).
  2. Je steunt op ellebogen en knieën met het hoofd aan de grond.

Didactische aanwijzingen:

  • Maak je klein.

Introductie module

Automatisering bewegingsgetallen

“Sommie zegt”

Doel

Sommie zegt is herleid van het spel “Simon says”. Dit spel wordt gebruikt om de bewegingsgetallen bij de leerlingen te automatiseren. Iedere keer als er een bewegingsgetal behandeld is kan er gebruik gemaakt worden van dit spel. Hierin komen de eerdere behandelde bewegingsgetallen terug en integreer je het nieuwe bewegingsgetal.  

Wat is er nodig

  • N.v.t.

Beschrijving

  1. De leerlingen rennen kris-kras door de zaal.
  2. Als de leerkracht “Sommie zegt” zegt, moeten de leerlingen gaan staan in de bewegingsgetal die daarna wordt gezegd.
  3. Leerlingen mogen niet gaan staan in de bewegingsgetal als de leerkracht geen “Sommie zegt” heeft gezegd.
  4. Als de leerkracht Sommie zegt UFO moeten alle leerlingen in een cirkel gaan zitten.
  5. Tijdens de UFO kan er ook een bewegingsgetal aan toegevoegd worden.

Differentiatie

  • N.v.t.

Organisatie

  • Gebruik van de hele ruimte.

Leerkracht

  • Verzin een leuke tegenprestatie als de leerlingen niet juist reageren op Sommie zegt.
0 Skydiver
Bewegingsgetal demo

Bewegingsgetal spel

Skydiver spel

Wat is er nodig

  • n.v.t.

Beschrijving

  1. De leerlingen lopen over de buitenste lijnen van de zaal in kruisloop achter elkaar aan.
  2. Wanneer dit goed gaat mogen ze kriskras door de zaal lopen zonder elkaar aan te raken.
  3. De leerkracht roept skydiver en de leerlingen gaan zo snel mogelijk als een skydiver liggen
  4. Als de leerkracht zegt Ufo moeten ze zo snel mogelijk een grote cirkel maken en gaan zitten.

Differentiatie

  • N.v.t.

Organisatie

  • Gebruik van de hele ruimte.

Leerkracht

  • Vertel heel duidelijk dat het om het getal 0 gaat en dat er nul contact punten zijn.
1 Flamingo
Bewegingsgetal demo

Bewegingsgetal spel

Flamingo spel

Wat is er nodig

  • n.v.t.

Beschrijving

  1. De leerlingen staan met z’n tweeën tegen over elkaar op ongeveer een halve meter;
  2. Zij plaatsen de handen plat tegen elkaar (geen vingers in elkaar);
  3. Beide leerlingen gaan op 1 been staan en proberen in balans te blijven;
  4. Beide leerlingen moeten elkaar proberen uit balans te sturen;
  5. Als een van beide leerlingen op het andere been komt te staan, is het een punt voor de ander (er mag gehinkeld worden).

Differentiatie

  • Dat het standbeen niet van de plaats mag.
  • Dat ze het met de ogen dicht doen.

Organisatie

  • Kinderen staan in 2-tallen verspreid over de ruimte niet te dicht bij elkaar.

Leerkracht

  • Vertel duidelijk dat het om het getal 1 gaat. De leerlingen staan namelijk op 1 been.

 

2 Superheld
Bewegingsgetal demo

Bewegingsgetal spel

Superhelden tikspel

Wat is er nodig

  • Een lintje.
  • Pionnen (eventueel om het veld uit te zetten).

Beschrijving

  1. Er is 1 tikker die de leerlingen probeert te tikken;
  2. De andere leerlingen moeten zorgen dat zij niet getikt worden;
  3. Als je getikt wordt ga je in de superheld houding (optie 1 of 2) staan;
  4. De leerlingen die nog niet getikt zijn moeten de leerlingen bevrijden die getikt zijn door onder hun door te kruipen;
  5. Tikker mag niet tikken als je aan het bevrijden bent en mag ook niet staan wachten.

Differentiatie

  • N.v.t.

Organisatie

  • Gebruik de hele ruimte of een deel daarvan.

Leerkracht

  • Benadruk dat het hier om het getal 2 gaat. Er zijn twee contactpunten in contact met de grond.

 

3 Zonnebaden
Bewegingsgetal demo

Bewegingsgetal spel

De zonnebadende beer tikspel

Wat is er nodig

  • 3 matjes
  • 1 lintje

Beschrijving

  1. Er is 1 tikker die de andere leerlingen probeert te tikken;
  2. De andere leerlingen moeten zorgen dat zij niet getikt worden;
  3. Als je getikt bent, moet je naar de drie matjes lopen en daarop liggen in de zonnebadende beer;
  4. Als er 3 beren liggen en er komt een vierde bij, dan gaat de leerling die als eerst daar lag, weer weg (4 is te veel) en mag weer deelnemen aan het spel;
  5. Tikker mag de leerlingen niet gaan opwachten als zij weer vrijkomen.

Differentiatie

  • N.v.t.

Organisatie

  • Leg de drie matjes naast elkaar aan de zijkant van het speelveld.
  • Leerlingen gaan van 1 kant liggen en doorschuiven.
  • Leg eventueel een pion neer om aan te geven vanaf welke kant de leerlingen dienen door te schuiven.

Leerkracht

  • Benadruk dat het om het getal 3 gaat.
  • Er liggen ook 3 matjes omdat het om het getal 3 gaat, want 4 is teveel en dat is niet het getal waar we mee te maken hebben.

 

4 Soldaat

Soldaten doorgeef spel

Wat is er nodig

  • Aantal pittenzakjes

Beschrijving

  1. De leerlingen gaan een groepje vormen van 4 soldaten en gaan in het getal 4 staan, de soldaat;
  2. Elk groepje krijgt een pittenzakje en moet het pittenzakje doorgeven aan de volgende (soldaat) van het groepje;
  3. Het pitten zakje moet 4x rondgaan en mogen daarna mogen soldaten (leerlingen) even rusten.

Differentiatie

  • Maak er een wedstrijdje van tussen de onderlinge groepjes, wie het eerst bij de 4 is.
  • De leerkracht kan ook sommen maken en dat aantal keer moeten de leerlingen het pittenzakje rond laten gaan.

Organisatie

  • Laat de groepen verdeeld over de zaal staan.
  • Probeer zoveel mogelijk groepen van 4 te maken (uiteraard is dit niet altijd mogelijk).

Leerkracht

  • Benadruk dat het hier om het getal 4 gaat.
  • Er is bewust gekozen voor groepen van 4 i.v.m. het getal 4.

 

5 Krab

Video bewegingsgetal

Video bewegingsgetal spel

Krabben estafette

Wat is er nodig

  • Pionnen (voor richtpunt en/of om het veld af te zetten).

Beschrijving

  1. Er worden teams gemaakt van 5 en gaan in een treintje achter elkaar zitten;
  2. Leerlingen houden elkaars voeten vast, alleen de achterste mag zijn handen op de grond plaatsen;
  3. Het is de bedoeling dat de groepjes tegen elkaar strijden om wie het eerst aan de overkant is.

Differentiatie

  • Het treintje gaat voor en achteruit.
  • Alleen achteruit.
  • Om een pion heen.
  • De leerlingen moeten 5x naar de overkant (kinderen rennen terug met iedere ronde een nieuwe machinist (5x)).

Organisatie

  • Groepen gaan op ongeveer 2 meter afstand van elkaar zitten.
  • Verdeel de groepen in 5 deelnemers (uiteraard is dat niet altijd mogelijk), ander een bonus wagon eraan.
  •  

Leerkracht

  • Benadruk dat het hier om het getal 5 gaat.
  • De leerlingen gaan in een rij van 5 zitten i.v.m. het getal 5.

 

6 Tunnel

Video bewegingsgetal

Video bewegingsgetal spel

Stevige tunnel spel

Wat is er nodig

  • Meerdere (turn)matjes.

Beschrijving

  1. De leerlingen worden verdeeld in tweetallen.
  2. Ze gaan op een matje zitten waarop één van de twee de tunnel
  3. De ander moet proberen de tunnel omver te duwen of van het matje af te duwen.
  4. Is dit gelukt dan is de ander aan de beurt. Wanneer ze alle twee 3 keer zijn geweest staan ze op en zoeken ze een nieuw vriendje of vriendinnetje op.

Differentiatie

  • N.v.t.

Organisatie

  • Leerlingen zitten in 2-tallen verspreid over de ruimte op een matje. Zorg voor een veilige afstand van de matjes.

Leerkracht

  • Vertel duidelijk dat het om het getal 6 gaat en dat de voeten, knieën en handen het contactpunt zijn.

 

7 Glijbaan

Video bewegingsgetal

Video bewegingsgetal spel

Glijbanen tikspel

Wat is er nodig

  • Lintje (tikker)
  • Bal

Beschrijving

  1. Een leerling wordt aangewezen als tikker;
  2. Ander leerlingen moeten er voor zorgen dat ze niet getikt worden;
  3. Als je getikt bent ga je liggen als een glijbaan;
  4. Leerlingen moeten een bal overgooien en ook uitkijken dat de tikker niet de leerling tikt met bal want dan heeft de tikker het spel gewonnen;
  5. De leerlingen moeten door samen te werken de bal overgooien en de leerling die getikt is bevrijden door de bal van de glijbaan af te rollen;
  6. Tikker mag niet tikken als je aan het bevrijden bent.

Differentiatie

  • Bij jongere deelnemers wordt er een gebruik gemaakt van de bal en laat je de tikker 7 leerlingen tikken en in de glijbaan positie staan. Daarna wordt er gewisseld van tikker.

Organisatie

  • Maak gebruik van de hele ruimte.

Leerkracht

  • Vertel duidelijk dat het om het getal 7 gaat en dat de voeten, handen, ellebogen en hoofd het contactpunt zijn.
  • Benadruk het samenspel heel erg.

 

8 Tijger

Video bewegingsgetal

Video bewegingsgetal spel

Bescherm de babytijger spel

Wat is er nodig

  • Meerdere (turn)matjes.
  • Meerdere ballen

Beschrijving

  1. De leerlingen maken groepjes van twee.
  2. Elk tweetal krijgt een zachte bal, één van de twee is een tijger en moet de bal (tijger baby) beschermen.
  3. De ander moet proberen de tijger baby af te pakken, wanneer dit is gelukt is de ander aan de beurt. Als ieder 3 maal is geweest wordt er door gewisseld en een ander maatje gezocht.
  4. Belangrijk is dat de tijger niet de bal mag vastpakken met z’n handen.
  5. Degene die de bal moet proberen af te pakken mag alleen de bal aanraken en niet aan de tijger.

Differentiatie

  • De leerling met de bal kan houdt de bal minder stevig vast.

Organisatie

  • Kinderen staan in 2-tallen verspreid over de ruimte niet te dicht bij elkaar.

Leerkracht

  • Vertel duidelijk dat het om het getal 8 gaat en dat de voeten, knieën, ellebogen en handen de contactpunten zijn.
  • Benadruk de win-winsituatie hierbij.
  • Bij auw laten de leerlingen los.

 

9 Toverdoos

Video bewegingsgetal

Video bewegingsgetal spel

Open de toverdoos spel

Wat is er nodig

  • Meerdere (turn)matjes.

Beschrijving

  1. De leerlingen gaan met z’n tweeën op een matjes plaatsnemen.
  2. Een leerling gaat in de toverdoos positie op het matje plaatsnemen.
  3. Ander leerling springt over zijn vriendje heen en draait hem om (doet de toverdoos open). 
  4. De leerlingen gaan om de 9 keer wisselen.

Differentiatie

  • N.v.t.

Organisatie

  • Kinderen staan in 2-tallen verspreid over de ruimte niet te dicht bij elkaar.

Leerkracht

  • Vertel duidelijk dat het om het getal 9 gaat en dat het hoofd, handen, voeten, ellebogen en knieën het contactpunt zijn.
  • Als leerkracht is het leuk om een matje van 10 onder de deelnemers te doen voor een extra beleving.
  • De leerlingen wisselen na 9x omdat het om het getal 9 gaat. Leg dit ook aan de deelnemers uit.

 

Telrij t/m 10

Het kapotte ruimteschip

Het Kapotte ruimteschip

Locatie

  • Schoolplein
  • Gymzaal

Materiaal

  • Hoepels
  • Pittenzakje (mag ook iets anders)
  • (Turn)matje

Beschrijving

  1. De klas wordt verdeeld in meerdere groepen.
  2. De leerlingen moeten van hoepel tot hoepel hinkelen.
  3. In 1 hoepel ligt een los onderdeel van een ruimteschip.
  4. De hoepel waar het losse onderdeel in ligt dient hardop uitgesproken te worden.
  5. Vervolgens wordt het getal uitgebeeld in het bewegingsgetal op het matje, die aan het einde van de hoepels ligt.
  6. De leerling die is geweest legt vervolgens het losse onderdeel (pittenzakje) in een andere hoepel neer.

Differentiatie

  • Begin met een ander begingetal.
  • Laat de leerlingen aftellen.

Organisatie

  • Maak meerdere rijen.
  • Leg hoepels achter elkaar of zigzaggend neer.
  • Matje aan het einde van de rij hoepels

Leerkracht

  • Probeer een mooi verhaal te verzinnen dat het ruimteschip kapot is en gemaakt moet worden, door het ontbrekende getal in te vullen.

Verder tellen t/m 10

Telrijspel

Telrijspel

Materiaal

  • Pionnen

Beschrijving

  1. De klas wordt verdeeld over een groep van 10 leerlingen.
  2. Leerlingen gaan aan 1 kant van de zaal staan.
  3. Leerlingen lopen om de beurt naar de overkant.  
  4. Aan de overkant gaan de leerlingen in een (tel)rij staan in de bewegingsgetal van 1 t/m 10.
  5. Elke ronde begint een andere leerling.

Differentiatie

  • Maak groepen van 2 t/m 10.
  • Als het te lastig is, kan je ook beginnen met de getallen op de grond te leggen.
  • Ga in een rij staan en vul het ontbrekende getal in.

Organisatie

  • Zet pionnen aan beide kant neer.
Het kapotte ruimteschip

Het Kapotte ruimteschip

Locatie 

  • Hoepels
  • Pittenzakje (mag ook iets anders)
  • (Turn)matje

Beschrijving

  1. De klas wordt verdeeld in meerdere groepen.
  2. De leerlingen moeten van hoepel tot hoepel hinkelen.
  3. In 1 hoepel ligt een los onderdeel van een ruimteschip.
  4. De hoepel waar het losse onderdeel in ligt dient hardop uitgesproken te worden.
  5. Vervolgens wordt het getal uitgebeeld in het bewegingsgetal op het matje, die aan het einde van de hoepels ligt.
  6. De leerling die is geweest legt vervolgens het losse onderdeel (pittenzakje) in een andere hoepel neer.

Differentiatie

  • Begin met een ander begingetal.
  • Laat de leerlingen aftellen.

Organisatie

  • Maak meerdere rijen.
  • Leg hoepels achter elkaar of zigzaggend neer.
  • Matje aan het einde van de rij hoepels

Leerkracht

  • Probeer een mooi verhaal te verzinnen dat het ruimteschip kapot is en gemaakt moet worden, door het ontbrekende getal in te vullen.
Hinkelbaan

Hinkelbaan

Locatie 
  • Klaslokaal
  • Schoolplein 
  • Gymzaal
Materiaal 
  • Hoepels of matjes of krijtjes voor op de vloer.
Beschrijving
  1. De klas wordt verdeeld over meerdere groepen.
  2. Er worden meerdere hinkelbanen gemaakt.
  3. Iedere hinkelbaan heeft een ander begingetal.
  4. De groepen draaien elke keer door.
Differentiatie
  • N.v.t.
Organisatie
  • Maak meerdere groepen.
Leerkracht
  • De groep kan verdeeld worden in niveau.
  • Als leerkracht kan je ook de leerlingen die minder goed in tellen zijn, bij de leerlingen doen die er goed in zijn. Deze leerlingen kunnen de leerlingen die er moeite mee hebben bij de hand nemen.

Terugtellen vanaf 10

Telrijspel

Telrijspel

Materiaal
  • Pionnen
Beschrijving
  1. De klas wordt verdeeld over een groep van 10 leerlingen.
  2. Leerlingen gaan aan 1 kant van de zaal staan.
  3. Leerlingen lopen om de beurt naar de overkant.  
  4. Aan de overkant gaan de leerlingen in een (tel)rij staan in de bewegingsgetal van 1 t/m 10.
  5. Elke ronde begint een andere leerling.
Differentiatie
  • Maak groepen van 2 t/m 10.
  • Als het te lastig is, kan je ook beginnen met de getallen op de grond te leggen.
  • Ga in een rij staan en vul het ontbrekende getal in.
Het kapotte ruimteschip

Het Kapotte ruimteschip

Locatie 

  • Hoepels
  • Pittenzakje (mag ook iets anders)
  • (Turn)matje

Beschrijving

  1. De klas wordt verdeeld in meerdere groepen.
  2. De leerlingen moeten van hoepel tot hoepel hinkelen.
  3. In 1 hoepel ligt een los onderdeel van een ruimteschip.
  4. De hoepel waar het losse onderdeel in ligt dient hardop uitgesproken te worden.
  5. Vervolgens wordt het getal uitgebeeld in het bewegingsgetal op het matje, die aan het einde van de hoepels ligt.
  6. De leerling die is geweest legt vervolgens het losse onderdeel (pittenzakje) in een andere hoepel neer.

Differentiatie

  • Begin met een ander begingetal.
  • Laat de leerlingen aftellen.

Organisatie

  • Maak meerdere rijen.
  • Leg hoepels achter elkaar of zigzaggend neer.
  • Matje aan het einde van de rij hoepels

Leerkracht

  • Probeer een mooi verhaal te verzinnen dat het ruimteschip kapot is en gemaakt moet worden, door het ontbrekende getal in te vullen.
Hinkelbaan

Hinkelbaan

Locatie 
  • Klaslokaal
  • Schoolplein 
  • Gymzaal
Materiaal 
  • Hoepels of matjes of krijtjes voor op de vloer.
Beschrijving
  1. De klas wordt verdeeld over meerdere groepen.
  2. Er worden meerdere hinkelbanen gemaakt.
  3. Iedere hinkelbaan heeft een ander begingetal.
  4. De groepen draaien elke keer door.
Differentiatie
  • N.v.t.
Organisatie
  • Maak meerdere groepen.
Leerkracht
  • De groep kan verdeeld worden in niveau.
  • Als leerkracht kan je ook de leerlingen die minder goed in tellen zijn, bij de leerlingen doen die er goed in zijn. Deze leerlingen kunnen de leerlingen die er moeite mee hebben bij de hand nemen.

Telrij tot en met 20

Telrijspel

Telrijspel

Materiaal
  • Pionnen
Beschrijving
  1. De klas wordt verdeeld over een groep van 10 leerlingen.
  2. Leerlingen gaan aan 1 kant van de zaal staan.
  3. Leerlingen lopen om de beurt naar de overkant.  
  4. Aan de overkant gaan de leerlingen in een (tel)rij staan in de bewegingsgetal van 1 t/m 10.
  5. Elke ronde begint een andere leerling.
Differentiatie
  • Maak groepen van 2 t/m 10.
  • Als het te lastig is, kan je ook beginnen met de getallen op de grond te leggen.
  • Ga in een rij staan en vul het ontbrekende getal in.
Het kapotte ruimteschip

Het Kapotte ruimteschip

Locatie 

  • Hoepels
  • Pittenzakje (mag ook iets anders)
  • (Turn)matje

Beschrijving

  1. De klas wordt verdeeld in meerdere groepen.
  2. De leerlingen moeten van hoepel tot hoepel hinkelen.
  3. In 1 hoepel ligt een los onderdeel van een ruimteschip.
  4. De hoepel waar het losse onderdeel in ligt dient hardop uitgesproken te worden.
  5. Vervolgens wordt het getal uitgebeeld in het bewegingsgetal op het matje, die aan het einde van de hoepels ligt.
  6. De leerling die is geweest legt vervolgens het losse onderdeel (pittenzakje) in een andere hoepel neer.

Differentiatie

  • Begin met een ander begingetal.
  • Laat de leerlingen aftellen.

Organisatie

  • Maak meerdere rijen.
  • Leg hoepels achter elkaar of zigzaggend neer.
  • Matje aan het einde van de rij hoepels

Leerkracht

  • Probeer een mooi verhaal te verzinnen dat het ruimteschip kapot is en gemaakt moet worden, door het ontbrekende getal in te vullen.

Verder tellen t/m 20

Terugtellen vanaf 20

Tellen met accent op 5,10,15,20

kleiner groter

hoeveelheden t/m 6 - dobbelsteen

optelsommen t/m 5

Aftelsommen t/m 5

Planeten spel

Planeten spel

Wat is er nodig

  • 5 pionnen (planeten).

Beschrijving

  1. Er staan 5 pionnen (planeten) verdeeld over de zaal in een dobbelsteen patroon met getallen 1 t/m 5.
  2. De leerkracht geeft een som klassikaal.
  3. Alle leerlingen lopen in kruispas richting de uitkomst van de som.
  4. Leerkracht geeft meerdere sommen.

Differentiatie

  • N.v.t.

Leerkracht

  •  

splitsingen tot 6

buurgetallen t/m 12

herhaald optellen

rangtelwoorden

verkort tellen

schatten

hoeveelheidsbegrippen

Tafel van 10

Delen door 2

even en oneven

Bla bla

Bla bla

Bla bla

Tafel van 10

Delen door 2

Tafel van 10

Delen door 2

Tafel van 10

Delen door 2

Tafel van 10

Delen door 2

Tafel van 10

Delen door 2